biodiversiteit EN preventie

Biodiversiteit is enorm belangrijk in de moestuin. Hoe meer planten en dieren er van een andere soort zijn, hoe groter en stabieler het evenwicht: de balans in een tuin is namelijk gestoeld op meerdere organismes. Bij biodiversiteit is de kans heel klein dat één insect of één dier of bacterie de overhand krijgt.

 

Het is een beperkte gedachte dat je geen schadelijke insecten op je land wilt hebben. Want, als er geen schadelijke insecten zijn, is er ook geen voedsel voor de natuurlijke vijanden van deze insecten. Die zijn op dat moment niet nodig, maar een schadelijk insect kan altijd komen en als er geen natuurlijke vijanden zijn, heeft hij daar dan namelijk alle ruimte voor. Het beste zorg je er daarom voor dat er zoveel mogelijk soorten organismen aanwezig zijn. Dat kan alleen als je ook ruimte van je land beschikbaar stelt voor iets anders dan alleen groenten.

Een aantal dingen die je kunt doen staan hieronder beschreven:

 

Composthoop

Maak een composthoop. Hier kunnen veel dieren en diertjes leven die belangrijk zijn voor de biodiversiteit.

Vaak kan een composthoop een nestelplaats worden van een slang of hazelworm. En je kunt je wel voorstellen dat dit een goed teken is als deze in en om je tuin te vinden zijn.

 

Teelt groenbemester/bloemenmengsel

Dat is erg belangrijk voor de bijen, maar ook voor tal van andere insecten. Het beste is altijd ook een vak in te plannen met een groenbemester en aan het eind van het jaar lege stukken in te zaaien met granen en bloemen.

 

Gras

Als je gras hebt, laat dat dan gewoon groeien zonder het te maaien. Het gaat dan liggen en er ontstaat een mooi microklimaat onder het gras waar weer andere insecten kunnen leven. Het gras zelf en de planten die daar groeien kunnen bloeien en daar komen ook weer insecten op af.

 

Houtwal

Wanneer je er ruimte voor hebt is een houtwal om je tuin een echte aanrader omdat daar veel soorten dieren in kunnen leven. Je kunt er een maken van dood- of snoeihout en daartussen struiken plaatsen. Onderin kunnen spitsmuizen, egels en torren leven. In de houtwal kunnen vogels zich verschuilen en daar houden ook veel insecten zich schuil. Wanneer er ook nog een sloot langsloopt is dat een mooie aanvulling omdat veel insecten in riet schuilen. Als struiken kun je meidoorn, sleedoorn, vlier, Gelderse roos, wilde roos, wilde appel et cetera planten. Deze struiken bloeien uitbundig en trekken veel insecten. Ook wilg is geschikt, omdat deze voedsel aanbiedt voor de bijen in het vroege voorjaar wanneer er vrijwel nog geen andere plant bloeit. Als je er plek voor hebt kun je ook nog bomen neerzetten zoals appels, els, noten, hazelaar etc. Tussen de houtwal en tuin kun je gras of een bloemenmengsel laten groeien.

 

Poel/water

Als je echt een grote tuin hebt, dan kun je een paddenpoel aanleggen. Veel insecten leven of vermeerderen zich in de poel zoals libellen en padden,  die ook weer insecten eten.

 

Horizontale lijnen en verticale lijnen

Met een houtwal of een bloemstrook zou je het beste verbindingen maken naar plekken waar ook natuur is, en wanneer het mogelijk is ook naar het bos.

Want over een stuk open en/of omheind land, grasveld of akker zullen veel dieren niet lopen, maar wél door de stroken heen. Zo kunnen die dieren ook bij jouw tuin terecht komen. Daarnaast draag je bij aan een landschap dat meer in evenwicht is.

Nu is landbouw en natuur namelijk van elkaar gescheiden. Maar de landbouw zou de natuur niet moeten belemmeren, geen barrière mogen zijn: natuur en landbouw zouden eigenlijk één moeten zijn.

 

PREVENTIE

Om problemen als ziekten en plagen te voorkomen kun je nog meer dingen doen.

 

Bodem

Het is belangrijk dat je de bodem goed verzorgd. Probeer de bodem zoveel mogelijk bedekt te houden met planten of bijvoorbeeld stro en probeer ook niet teveel in de bodem te spitten of te lopen. Verdichting van de grond zorgt ervoor dat planten niet optimaal kunnen groeien. Ze krijgen dan veel eerder last van ziekten en plagen. Er is een onderzoeksresultaat waaruit blijkt dat het niet ploegen van de grond meer bodemleven opleverde en zo meer weerbaarheid biedt tegen plagen. Spit daarom niet of zo min mogelijk (zelfde effect).

 

Bemesten

Verder is een belangrijk punt dat je goed bemest met compost omdat daar veel organische stof en veel organismes inzitten die de bodem van nature weerbaar maken.

Zorg wel dat je niet teveel bemest. Dit geeft weelderige groei: planten worden zwak, krijgen grote bladeren. Deze bedekken de grond en creëren een vochtig klimaat onder de planten waar veel ziekten en plagen van houden. Ook snel groeiende planten zijn daar vatbaarder voor.

 

Plantafstanden

Zorg ervoor dat je je aan de plantafstanden houdt. Anders krijg je net als bij teveel mest een vochtig klimaat.

Verder gaan planten stressen als ze niet de ruimte krijgen en zijn dan vatbaarder voor ziekten en plagen.

 

Zaadgoed

Het si belangrijk ziektetolerante of resistente rassen te gebruiken en het liefst zaadvaste rassen, omdat deze groenten op natuurlijke wijze zijn veredeld en hierdoor vaak sterker zijn. Wanneer je zelf zaad vermeerdert -wat alleen kan bij zaadvaste zaden-* en je kiest steeds de beste planten, dan krijg je groenten die aangepast zijn op jouw stukje grond met jouw omstandigheden. Wanneer zich dan een keer een ziekte of plaag voordoet die, is jouw eigen groentesoort sterker dan gekocht zaad dat nog niet is aangepast op jouw stukje grond.

 

* Zaadvast zijn die zaden waar geen ‘F1’ of ‘Hybride’ op staat vermeld.

 

Zaadteelt

Wanneer je zelf zaad teelt heb je ook al meer bloemen die bloeien en is het veel interessanter voor veel insecten om je tuin te bezoeken.

Een voorbeeld zijn schermbloemigen; hier komen veel insecten op af. Voorbeelden zijn wortel, venkel en selderij.

 

Diversiteit 

Het is belangrijk zoveel mogelijk soorten te telen. Hiermee biedt je meer soorten habitatten aan voor bacteriën, insecten en dieren.