Zaaien en opkweken

Waarom opkweken in plaats van gewoon zaaien?

  • Exacte afstanden
    Sommige planten kun je bijna niet exact uitzaaien in de volle grond omdat de zaadjes te klein zijn om precies uit te zaaien. Een voorbeeld is sla die fijne zaadjes heeft en omdat deze 25 centimeter onderlinge afstand moet hebben.
  • Uniformiteit
    Als je opkweekt, dan kun je heel precies de zaaidiepte bepalen en alle planten dezelfde hoeveelheid vocht en warmte aanbieden waardoor ze allemaal gelijk opkomen en er geen onderlinge verschillen zijn.
  • Veeleisende kiemperiode
    Sommige gewassen vragen specifieke kiem omstandigheden. Dus de juiste temperatuur en structuur-/bodemkwaliteit. Als je voorzaait kun je de omstandigheden geheel zelf bepalen. Maar dat vraagt wel veel aandacht. 24/7. Heb je daar niet de tijd voor, dan kun je natuurlijk plantjes kopen.
  • Verkorting groeiperiode
    Als je voorzaait, sla je de meest kritische periode over omdat de omstandigheden hierbij heel precies komen: voldoende vocht/warmte et cetera. Omdat je later plant, kun je het onkruid vóór het planten al die tijd bestrijden.

Daarnaast heeft je groente bij het uitplanten een voorsprong op het onkruid en heeft minder last van concurrerend onkruid.

Voorsprong bij vorstgevoelige groenten: Sommige planten kun je pas na IJsheiligen (11 mei) buiten zetten omdat ze absoluut niet tegen vorst kunnen. Maar door ze al in de kas op te kweken en het zo te plannen dat ze uitgeplant kunnen worden na IJsheiligen, kun je toch op tijd beginnen. Maar ook erwten en bonen opkweken of voorkiemen zodat je zo snel mogelijk kunt oogsten.

 

Opkweekmethoden

  • Trays
    De meest gebruikelijke methode voor volkstuinders is om op te kweken in zaaitrays. Dat zijn platen met daarin uitsparingen waarin je de zaaigrond aanbrengt en kunt zaaien. Dit werkt goed voor kool, prei en sla. Ook voor tomaat, maar die plant je later uit in een bloempotje.
  • Potjes
    Planten die grote zaden hebben en een grote kiemplant ontwikkelen, kun je zaaien in kleine potjes (P9 is een prettige potmaat) zodat ze de ruimte hebben. Voorbeelden zijn pompoen, courgette, tomaat en maïs.
  • Perspotjes
    Wanneer je plantgoed koopt is dit meestal in perspot. Perspotten zijn gemaakt van een specifiek mengsel van o.a turf dat bij elkaar is geperst, waardoor er geen omhulsel van plastic nodig is. Daarin wordt het zaadje gedaan. Koolsoorten en sla zit meestal in perspotjes.
  • Zaaibak/Verspenen
    Je kunt ook breedwerpig zaaien in een zaaibakje. Nadat de plantjes hun drie tot vijf eerste echte blaadjes (na de kiembladeren) hebben gekregen kunnen ze worden overgeplant in een zaaitray of in potjes. Doe dit voorzichtig, want de plantjes zijn heel kwetsbaar.
  • Volle grond/platte bak
    Dit is de beste manier van opkweken. Je zaait dan in kleine rijtjes op een bed, meestal in de kas. Dan laat je ze groeien tot ze groot genoeg zijn om uit te planten (wanneer ze 3-5 echte blaadjes hebben gemaakt). Dan haal je ze er voorzichtig uit met een spitvork en plant ze rechtstreeks uit. In de volle grond opkweken kan met koolsoorten, sla en prei.
  • Platte bak
    Je hebt ook een ‘platte bak’. Die bestaat meestal uit een grote glasplaat die schuin op vier lage muurtjes rust. Hier kun je ook sla, kool, prei, venkel of erwten opkweken.

Voorkiemen

Dit is een methode die je bij een aantal groenten kunt toepassen. Bijvoorbeeld bonen, pompoen, courgette en erwten. Je laat de zaden 24 uur weken in lauw water. De zaden zullen dan al kiemen. Het is echter zo dat het zaadje dan een andere omstandigheid wordt voorgehouden dan de temperatuur en omstandigheden werkelijk zijn. Het zaad komt niet in contact met alle andere elementen die de aarde wel heeft.

 

Nadelen en afharden

Nadeel van opkweken is dat de plant zwakker is omdat hij ‘luxe’ omstandigheden heeft meegemaakt. De werkelijke buitenwereld is heel anders. Planten zijn dan in principe in het begin iets vatbaarder dan ter plekke gezaaid, maar wanneer de overgang niet te groot is, valt dit mee. Plant daarom planten die van binnen komen liefst op een dag met gematigd weer (bewolkt en eventueel regen nadien). Of zet de planten eerst op een redelijk warme dag voor het uitplanten buiten, maar nog in de pot. Zo kunnen ze wennen aan de buitentemperatuur en het directe zonlicht. Dit heet afharden. Om blad steviger te maken kun je ook nog in de kas of binnen voorzichtig over het blad gaan met een stok of ketting.

 

Grond

Zaaigrond kun je zo kopen, maar kun je ook zelf maken. Belangrijk is dat het niet te grof is; het moet fijn van structuur zijn en los.

Het moet goed water kunnen vasthouden. Cocopeat of turf is daarvoor geschikt, maar is minder goed voor het milieu. Het mengsel mag niet te voedingrijk zijn, anders verbranden de worteltjes, rot het zaad weg en/of groeien ze te hard. Een beetje voeding is voldoende. Bijvoorbeeld: fijne bladaarde is ook ideaal met een heel kleine hoeveelheid mestkorrels en/of compost en een beetje scherp zand (grof wit zand). Je kunt de bovenste laag afstrooien met scherp zand. Zo houd je de bovenste laag luchtig en licht en wordt de grond niet te klef boven het zaadje, want dan kan het gaan rotten.

 

Water geven

Water geven moet zo min mogelijk, maar wel voldoende. Het beste in de avond omdat waterdruppels op het blad in de zon als vergrootgas kunnen werken en brandwondjes kunnen veroorzaken. Je doet dat met een fijne sproeier en nooit met een straal. Een fijne broes op een gieter is geschikt, maar nog beter is vernevelen met een plantenspuit, zodat de grond niet dicht slaat  en de kiem niet goed kan groeien.

 

Temperatuur

Dat is het moeilijkste als je het opkweken thuis en hobbymatig doet, maar het is goed te doen. Veel groenten kiemen het beste, het snelst en ook gelijktijdig bij vrij warme temperaturen. Maar als ze dan eenmaal boven zijn, moet er direct zoveel mogelijk licht bij kunnen en heeft het lagere temperaturen nodig zodat de plantjes niet gaan strekken. Het aantal cellen blijft wel gelijk, maar de cellen worden langer omdat ze naar het licht willen (dit gebeurt onder invloed van het plantenhormoon auxine). Hierdoor krijg je slappe, zwakke plantjes.

 

Pompoen, courgette en suikermaïs hebben een bodemtemperatuur nodig van minimaal 13 graden. Pompoen groeit het beste bij een temperatuur van 18 tot 24 graden. Maïs bij 15-20 graden en een luchttemperatuur van 20 tot 25 graden. Sla heeft een bodemtemperatuur nodig van 10 tot 16 graden. Als je in het voorjaar de eerder genoemde groenten binnen zaait is het bijna altijd wel goed. Als je beschikt over een serre of overdekt balkon, dan is het goed hier sla, andijvie, maïs op te kweken.