Teeltproblemen (ziekten en plagen)

Er zijn een aantal verschillende groepen veroorzakers van teeltproblemen. Dit zijn

 

  • Bacteriën
    Alle plantparasitaire bacteriën zijn staafjes, ze worden stafylokokken genoemd. Deze bacteriën bewegen zich voort met een staartje (een flagel) met zweepharen.
  • Virussen
    Virussen zijn eigenlijk geen organismen maar verpakte eiwitten. Zijn kleiner dan bacteriën en veranderen het natuurlijke uiterlijk van een plant. Planten gaan bijvoorbeeld anders groeien.
  • Bacterieofagen
    Dat zijn virussen die parasiteren op bacteriën. Deze virussen injecteren hun DNA in een bacterie. Doordat de bacterie zich vermeerderd, vermeerderd ook het virus zich meteen. Omdat bacteriofagen zelf kunnen knippen en plakken in DNA kunnen ze nieuwe versies van zichzelf laten ontstaan, waardoor ze vaak steeds weer een resistentie die in een plant van nature zit kunnen doorbreken.
  • Schimmels
    Van schimmels zijn veel soorten en varianten. Ze kunnen eencellig tot meercellig zijn. Schimmels kunnen zich ver uitbreiden. Een heksenkring komt vanuit één punt en kan wel een kilometer ver weg groeien.
  • Nematoden
    Nematoden zijn aaltjes met de dikte van een draad. Ze zijn er in een aantal groepen.
  • Geleedpotigen
    Bij deze insecten hebben de poten een aantal gewrichten en ze zijn gesegmenteerd.
  • Schaaldieren
    Hier vallen de kreeften en krabben onder.
  • Spinachtigen
    Spinnen, mijten, teken vallen onder deze groep.
  • Insecten/duizendpoten/miljoenpoten
    Bij deze insecten bestaat het middenstuk uit zes poten, drie segmenten. Een voorbeeld is de kever.
  • Overige soorten veroorzakers
    • Prionen: Apart gevouwen eiwitstrengen: de ziekte van Creutzfeld-Jacob (gekkenkoeienziekte)
    • Viroïden
    • Fytoplasma’s: Deze hebben geen vaste vorm.

 

Aantal veel voorkomende teeltproblemen uitgelicht

 

Luizen

Luizen prikken een gaatje in de plant, maar ze spuiten dan eerst zelf sappen in waardoor de plant de wond niet dichtmaakt. Hij steekt een buisje in de plant en door de overdruk van de plantsappen krijgt hij deze binnen. Wanneer de luis teveel binnenkrijgt, scheidt hij uit wat hij niet gebruikt. Dit is honingdauw dat vaak op de planten te vinden is. Dat belemmert de fotosynthese van de plant en verstikt deze als het ware. Een luis doet ook vaak proefboringen in planten om te proeven of het wel lekker is. Op die manier dringt hij in de plant en wanneer zo’n luis dan een virus bij zich draagt, brengt hij op die manier een virus in de plant.

 

Bij voorbaat kun je spuiten met minerale oliën. Op die manier kunnen de luizen niet prikken in de plant. Dit beïnvloedt echter de natuurlijke omstandigheden van de plant. Luizen houden van royaal bemeste planten, omdat de planten dan waarschijnlijk makkelijker aan te boren zijn en vooral beter smaken. Dus niet teveel bemesten. Verder houden ze niet van droogte en licht. Dus genoeg licht in de tuin helpt. Equisetumthee kan ingezet worden als de plant al last heeft van luizen.

 

Phytophtoria Infestans 

Dit is de meest gevreesde ziekte in de aardappelteelt. Naast de aardappel kan deze ziekte ook de tomaat aantasten. Het is een schimmel die de knollen aantast: het geeft bruinrode vlekken onder de schil. Zo’n plek groeit door naar een oog en wanneer zo’n oog uitloopt, wordt de spruit een geïnfecteerde plant. Met name de spruiten produceren heel veel sporen. Eén knol op 1600 kilo pootgoed (dat zijn 64000 stuks) kan een epidemie veroorzaken. Je kunt het herkennen aan gele vlekken op het blad die bruin worden en verdorren. Daaromheen is altijd een ring van lichtgroen en juist daar is de schimmel actief. Bij vochtig weer is er aan de onderkant een witachtig schimmelpluis te zien.

 

Er is veel onderzoek gedaan naar de cyclus van phytoptora. Zo weet men intussen dat de schimmel zich niet alleen verspreidt door vermeerdering van vegetatieve cellen, maar dat dit ook kan via geslachtelijke cellen. Bij voldoende luchtvochtigheid, niet te fel licht en juiste temperaturen kan de schimmel steeds weer een nieuwe generatie voortbrengen. Er ontstaan rotte plekken in de knol en de zwarte plekken kunnen zo erg worden dat het aardappelveld er zwartgeblakerd uitziet. Wanneer het erg is, ruik je een rotte vislucht.

De plant kan niet goed produceren en wordt ziek. Als je de aardappels droog bewaart, blijven rotte plekken droog, maar als er vocht bijkomt, ontstaat natrot en verslijming en krijg je allerlei bacteriën die een vieze vislucht verspreiden. Rond 1840-1850 heeft deze ziekte in West Europa voor hongersnoden gezorgd.

 

Voorkomen door (zowel bij aardappel als tomaat):

  • gecertificeerd pootgoed zelf kopen.
  • resistente/tolerante rassen kopen.
  • niet teveel bemesten, dan krijg je veel grote bladeren die juist een vochtig microklimaat veroorzaken.
  • afvalhopen met aardappelloof opruimen.

Tijdens en na de teelt:

  • regelmatig inspecteren van het gewas.
  • kleine aantastingshaarden direct opruimen.
  • als de ziekte zich sterk gaat uitbreiden wordt het doodgespoten, je kunt ook het loof afmaaien of verbranden. Dan een paar dagen wachten om af te harden en dan rooien.
  • Onder droge omstandigheden rooien.
  • Bewaren onder droge, koele omstandigheden.

Sclerotinia Sclerotiorum of Rattenkeutelziekte

Dit is ook een schimmelziekte die op veel breedbladige gewassen voorkomt en is grotendeels grondgebonden. Ze komt voor op o.a.:

slasoorten, wortel, knolvenkel, selderij, koolsoorten, andijvie, courgette, pompoen koolzaad en zeker peulvruchten (bonen en erwten). De schimmel kan een vorm aannemen waardoor ze vijf tot tien jaar kan overleven in de bodem. Ze infecteren beschadigde planten en zorgen dat planten wegvallen, of ze krijgen sneeuwwit pluis met zwarte korreltjes, die precies op rattenkeutels lijken.

Buiten is het nooit zo een probleem, als je maar een ruime vruchtwisseling aanhoudt en genoeg ruimte tussen de planten in laat. In de kas is het anders, omdat je daar vaak een beperkte vruchtwisseling hebt van alleen tomaat, komkommer en bonen bijvoorbeeld.

 

Voorkomen door:

  • ruime vruchtwisseling.
  • schoffelen wanneer de paddestoeltjes zichtbaar worden, zo kunnen ze niet meer gaan kiemen.
  • je kunt ze bestrijden met een andere schimmel: coniothyrium minitans.
  • geïnfecteerde planten in de container. Normaal kun je ze composteren als je hoge temperaturen bij composteren behaalt, maar met een kleine compost lukt dat niet.

Echte en Valse Meeldauw

Echte meeldauw houdt van droge omstandigheden, valse meeldauw houdt van natte omstandigheden. Valse meeldauw is grauwer en zit op de bovenkant van het blad. Met name bij uien komt deze voor. Echte meeldauw komt vaak voor op komkommer en tomaat. Voor elke soort groente is er een andere meeldauwvariant. Dus voor sla is een andere dan voor bonen. Echte meeldauw kan muteren en valse meeldauw blijft altijd hetzelfde. Zorg voor sterke, tolerante rassen en een luchtig gewas. Dus ook hier voldoende afstand.

 

Knolvoet Plasmodiophora brassicae

Knolvoet is een ziekte die wordt veroorzaakt door een bacterie in alle koolsoorten. Het blad van de plant krijgt een roodachtige kleur en de wortels krijgen lelijke verdikkingen. Op een gegeven moment gaat de plant slap hangen. Deze ziekte kan niet bestreden worden. Enkel een ruime vruchtwisseling is de oplossing. Een vruchtwisseling waarbij de kool pas na zeven -of beter pas na acht jaar- terugkomt is het beste. Je moet ook onkruiden uit de koolfamilie steeds weghalen omdat deze de ziekte vermeerderen.

Je kunt wel hele vroege teelten doen als de bodemtemperatuur onder de tien graden is. Bijvoorbeeld: radijs, raapsteel of rucola.

Maar wanneer de grondtemperatuur boven de tien graden komt zal het zich vermeerderen. Optimaal is tussen de 20 en 25 graden. Op kleigrond kun je de pH verhogen door bijvoorbeeld te gebruiken, daarna kun je wel kool telen.

 

Droogrot en natrot

Bacteriën zijn vaak nuttig, zoals bij opruiming, maar kunnen ook schadelijk zijn. Ze kunnen rotting veroorzaken, hoewel hier bijna altijd een aantasting aan voorafgaat. Bekend zijn natrot en droogrot. Droogrot is een rotting die lang kan blijven zitten zonder schade. Een bekend probleem in de fruitteelt waarvan de veroorzaker een bacterie is, is bacterievuur en kanker. Deze komen met name voor in de roosachtigen zoals peer en appel.

 

Nematoden (aaltjes)

Aaltjes zijn draadachtig en hebben geen verteringsstelsel. Ze hebben een mondstekel die plantsappen kan zuigen. Van het grote aantal soorten aaltjes dat er is, is 80% nuttig, van 19% weten we het niet en 1% is schadelijk. Maar tegen die schadelijke aaltjes wordt veel gespoten, waarbij je de overige 99% ook vaarwel zegt en de bodem juist heel gevoelig wordt voor schadelijke organismes. Als er dán een schadelijk aaltje komt, kan die veel makkelijker en meer schade veroorzaken. Maar er zijn ook roofaaltjes die andere schadelijke aaltjes of bodemorganismen opeten. Er zijn vijf groepen:

  • Cysteaaltjes
  • Wortelknobbelaaltjes
  • Wortellesieaaltjes
  • Stengelaaltjes
  • Vrijlevende aaltjes

Aaltjes kunnen op verschillende manieren een plant aantasten. Ze kunnen plantdelen zoals de stengel, wortels etcetera aantasten en ze kunnen virussen overbrengen. Sommige maken cystes, dat is een lichaamsdeel dat afvalt waar een eitje inzit. Op die manier kan de volgende generatie het volgende seizoen tot leven komen. 25% sterft bij een vruchtwisseling per jaar. Maar dat betekent niet dat je een vruchtwisseling van vier jaar kunt aanhouden (omdat 4 x 25% is 100). Dus altijd één op zes of meer. Voorkomen door

  • Opletten met het verplaatsen van gereedschap. Goed schoonmaken als je in een stuk hebt gewerkt waar ze zitten.
  • Wortelresten van het vorige jaar die weer opkomen houdt de aaltjes in stand, daarom moet je plantenresten opruimen.
  • Wanneer je veel last hebt kun je Tagetes (Afrikaantjes) zaaien of Japanse haver. Deze planten geven een stof af waardoor de cystes of eitjes uitkomen, de planten bieden deze echter geen voeding en 80% sterft dan, maar je moet opletten omdat aaltjes snel resistent worden voor deze planten, met name voor Tagetes.

 

Wortelvlieg

Wormstekigheid van de larve van de wortelvlieg is een van de belangrijkste problemen bij de wortel. Wortelvlieg is een vlieg die eitjes legt bij de wortelhals. De eitjes komen uit en de larven eten eerst aan de haarwortels en vervolgens eten ze gangen in de wortels. De wortels worden oneetbaar: de smaak verdwijnt en ze worden ook hard. De wortelvlieg kan drie generaties voortbrengen per jaar en ze overleven in struikgewas omdat ze niet van wind houden.

 

Een oplossing is niet te dicht in de buurt van houtwallen etc. telen, maar dan heb je uiteraard weer niet het voordeel van de biodiversiteit die kan leven in een houtwal. Wat goed werkt is uien of prei naast de wortel planten. De geur van uien houdt de wortelvlieg uit de buurt. Wanneer je wortel met de hand zaait staan ze vaak te dicht op elkaar. Je moet dan uitdunnen, bij dit werk moet je wel goed opletten omdat bij het uittrekken de geur van de wortels verspreid wordt en daar komt de vlieg op af. Verder kun je poeder van Boerenwormkruid meezaaien tegen aantasting. Preventief kun je spuiten met brandnetelaftreksel.

 

Emelten

Emelten zijn de larven van de langpootmug. Het zijn bruine made-achtige larven die bovengrondse delen opeten. Vaak eten ze jonge planten boven de wortelhals op waardoor de bovengrondse delen afsterven. Hier is het juist goed om in de buurt struikgewas te hebben, omdat vogels en ook mollen emelten graag lusten. Een evenwichtige bemesting werkt preventief. Als je weet dat ze er zitten, kun je ze ‘s ochtends gewoon vangen. Als je kippen hebt, kun je die een keer door de tuin laten scharrelen. Eenden zijn trouwens weer goed om de slakken op te ruimen.

 

Nuttige insecten

Naast schadelijke organismes zijn er ook heel veel goede insecten, sterker nog; de meeste organismes zijn niet schadelijk.

Een aantal insecten is belangrijk en de moeite waard om ze te behouden.

 

Lieveheersbeestjes

In Nederland zijn er drieënzestig soorten Lieveheersbeestjes. Een aantal eet luizen, maar een deel eet enkel planten of schimmels en zijn niet nuttig omdat ze ook ziekten kunnen overbrengen. Met name de larven zijn enorme vreetzakken, zij eten heel veel luizen.

Twee,- zeven- en viervlekkig lieveheersbeestje zijn de soorten die veel eten.

 

Mieren

Een niet nuttig insect, maar noemenswaardig zijn mieren. Ze lijken vaak luizen te eten, maar ze nemen meestal luizen mee naar een andere plek waar ze de luizen ‘melken’: Ze tappen steeds vloeistof uit de luizen af, maar ze eten ze niet op. Ze zijn dus niet echt nuttig.

 

Sluipwesp (Aphelinus Mali) houdt alleen van bloedluis.

De sluipwesp is waarschijnlijk wel het meest nuttige beestje. Nog niet zolang geleden hebben ze nog enkele nuttige soorten ontdekt. Er is een aantal soorten die telkens weer een ander schadelijk insect kan bestrijden. Je kunt ze dan ook gewoon kopen in een doosje. Sluipwespen prikken namelijk in een lijf van een ander insect, bijvoorbeeld een luis of een witte vlieg (een schadelijk insect). Ze leggen daarin een eitje dat vervolgens uitkomt en van binnenuit het insect opeet. De larve scheidt stoffen af die de organen van het insect vers houdt. Sommige sluipwespen prikken ook precies op de juiste plek in het zenuwstelsel van een rups waardoor ze verlamd raken en vervolgens opgegeten kunnen worden door de larven.

 

Duitse wesp

Dat is de wesp die wij hier kennen. Deze eet insecten als voeding. Met name de larven worden daarmee gevoed. Helaas vervelen wespen zich vaak tegen het einde van het seizoen en worden dan vervelend voor de mens.

 

Zweefvliegen

Er zijn driehonderd soorten zweefvliegen. Bepaalde soorten zetten hun eitjes af bij bladluiskolonies en de larven (die blind zijn) zuigen de luizen uit, tot wel driehonderd stuks per larve. De bessenzweefvlieg en de halve maan zweefvlieg zijn twee bekende soorten die heel nuttig zijn.

 

Gaasvliegen

Dit zijn heel mooie, groene vliegachtige insecten. Ze zweven met de wind mee en zetten hun eitjes af tegen plantenstengels. De larven eten luizen.

 

Roofwantsen

Roofwantsen zijn er ook in veel soorten. Sommige eten alleen planten, maar er zijn er ook die met name luizen eten.

 

Oorworm

De oorworm eet allerlei luizen en ook de bloedluis, die heel vervelend kan zijn in de appelteelt. Een nadeel is dat ze veel poep uitscheiden bij de steel van de appel en ze eten ook af en toe van appels, maar dat is eigenlijk alleen op plekken waar al gegeten is door bijvoorbeeld vogels.

 

Andere dieren die nuttig zijn: Vleermuis, pad, koolmees, pimpelmees, kruisspin.

 

Biologische bestrijdingsmiddelen  

Hieronder staan een aantal biologische bestrijdingsmiddelen genoemd. Biologische bestrijdingsmiddelen zijn bestrijdingsmiddelen op basis van natuurlijke producten.

 

Equisetumthee

500 gram gedroogde paardenstaart op vijf liter water een half uur koken en dan vijf keer verdund gebruiken. Je kunt het ook langer bewaren in een ton. Het werkt tegen schimmelziekten als valse -en echte meeldauw.

 

Brandnetelaftreksel

Als je het 24 uur laat staan werkt het als insectenbestrijdingsmiddel. Het wordt bijvoorbeeld veel gebruikt bij luizen, maar ook andere insecten verdragen dit aftreksel niet. Ondersteund de groei van de plant waardoor insecten het niet interessant vinden. Je moet het dan 10 tot veertien dagen laten staan onder water en dan vijf tot 10 maal verdunnen.

 

Smeerwortelaftreksel

500 gram op vijf liter kokend water laten trekken. Koud getrokken: een kilo blad op een liter water. Het geeft stevig celweefsel en helpt tegen nachtvorstschade.

 

Kiezelzuur 

Paardenstaart of equisetum is een plant die heel veel kiezelzuur in zich heeft. Kiezelzuur werkt vergelijkbaar als zonlicht, droog en arm. Kiezelzuur zorgt voor stevigheid in een plant en zorgt ervoor dat planten in bloei kunnen schieten en zaad kunnen vormen.

Schimmelziekten als meeldauw houden over het algemeen van vochtig en weinig direct licht. Kiezelzuur werkt daarom heel goed om deze schimmelziekten te bestrijden. Je kunt er thee van trekken.

 

Quassia

Stukjes op twee liter water een half uur laten koken en het aftreksel zeven. Dan driehonderd gram zachte zeep er in oplossen en verder verdunnen met water tot tien liter vloeistof. Werkt goed tegen rupsen en bladluizen.

 

Andere plantenaftreksels

Van deze soorten kan thee worden getrokken en gebruikt worden als bestrijdingsmiddel: Alsem, vlier, rabarberblad, tabak, tomatenblad, zwarte bessenblad. Je moet ze meerdere malen spuiten.

 

Spruzit

Spruzit is een natuurlijk bestrijdingsmiddel dat je kunt gebruiken als je bovenstaande middelen al hebt geprobeerd, maar niets heeft gewerkt. Je kunt het zien als een laatste poging. Spruzit is van een speciale crysant gemaakt en het werkt tegen een aantal schadelijke insecten als spint, witte vlieg, luizen en trips.

 

Preventie

Echter: het beste is voorkomen. Lees daarom ook ‘Biodiversiteit en preventie’.