Groenbemesters

Groenbemesters zijn planten die de gaten in je teeltplan vullen en waarmee je het seizoen afsluit. Ze hebben op meerdere vlakken een gunstige invloed.

 

Waarom zou je groenbemesters gebruiken?

Er zijn altijd plekken in het teeltplan waar je niets op je land of in je bak hebt staan; dus bijv. wanneer je op een bed pompoenen wilt zaaien, dan kan dat pas half mei. Tot die tijd zou de grond open liggen en dan heeft het weer; regen, zon, nadelige invloed op de grond. Wind heeft veel meer grip omdat de grond niet bedekt is of vastgehouden wordt door wortels en de grond kan gaan verstuiven. De beste laag waait dan weg. Regen kan hard op de grond slaan en de grond kan dan dichtslaan en zorgen voor structuurbederf. Ook zorgt regen ervoor dat voedingsstoffen zoals mineralen uitspoelen. Dat is tegenwoordig een groot probleem in de landbouw, zeker in Nederland.

 

Dit zijn redenen om de grond bedekt te houden en dat kan met groenbemesters. Nu is het zo dat je met die groenbemesters de bodem als het ware kunt ‘opwaarderen’. Want elke groenbemester heeft weer eigenschappen die een gunstige invloed hebben op de grond. Je kunt hem steeds vruchtbaarder maken in de breedste zin van het woord. Dat zou eigenlijk het streven moeten zijn van de boer of de moestuinder. Wanneer je je bodem goed verzorgt, dan zul je uiteindelijk je moeite ruim terug ontvangen. Met groenbemesters kun je:

  • het organische stofgehalte omhoog brengen
  • de mineralen omhoog brengen
  • ziekten en plagen bestrijden
  • de structuur beschermen en verbeteren
  • de doorlaatbaarheid en waterregulering verbeteren
  • en als laatste, als alles gaat bloeien geef je iets voor de bijen en insecten

Hieronder zijn een aantal belangrijke groenbemesters toegelicht:

 

Vlinderbloemigen

De vlinderbloemigen zijn een grote familie en hebben een bijzondere eigenschap: Deze planten leven in een symbiose met stikstofbindende bacteriën en op deze manier kunnen deze planten de bodem verijken met stikstof. De bacteriën leggen stikstof vast die ze uit de lucht halen. Daar wordt veel gebruik van gemaakt in de biologische landbouw, omdat ze als het ware ‘gratis’ stikstof vastleggen.

 

Voorbeelden zijn lupine, luzerne, esparcette, witte klaver, rode klaver, Alexandrijnse klaver. Maar je kunt ook groenten telen die deze eigenschap hebben zoals tuinbonen, erwten, sperziebonen en snijbonen.

Naast stikstof zijn het hele goede bijen en hommelplanten.

 

Granen en grassen

Granen zijn heel interessant omdat ze veel blad maken en dat is allemaal weer voeding voor de bodem wanneer je het inwerkt of op de compost gooit. Het belangrijkste is dat ze een groot en fijn wortelstelsel maken en op die manier de structuur verbeteren. Ze wortelen heel fijn en wortelen ver weg. Met name haver, rogge en gerst zijn geschikt; zij kunnen goed groeien op zandgrond. Gerst kan ook goed op kleigrond. Waar ook tarwe en spelt passen.

 

Haver, Rogge en Gerst

Haver kan fosfaat, dat is een mineraal, vrij maken waar andere planten niet bij kunnen. Gerst groeit wat beter op droogtegevoelige grond net als rogge trouwens. Rogge maakt het grootste wortelstelsel en is heel interessant omdat het op de meest schrale gronden nog kan groeien. Er zijn zomergranen die doodvriezen in de winter, maar er zijn ook wintergranen die winterhard zijn.

 

Grassen

Grassen hebben dezelfde gunstige eigenschappen als granen daarbij bedekken ze de grond nog beter en zijn winterhard dat een voordeel kan zijn omdat je op die manier de voedingsstoffen vasthoudt in de plant tot na de winter. Als je ze dan inwerkt dan zijn de voedingsstoffen bewaard gebleven en hebben niet uit kunnen spoelen. Echter voor de eenvoudige moestuinder is het ongeschikt omdat grassen niet in te werken zijn en uittrekken is veel werk.

 

Japanse haver

Japanse haver is een grassoort die interessant is omdat hij naast een mooi wortelstelsel zoals granen ook de eigenschap heeft dat hij enkele aaltjessoorten bestrijd die schadelijk zijn. Dat gebeurd doordat deze plant geen goede leefomgeving vormt voor die aaltjes.

 

Vezelhennep

Vezelhennep is een goede groenbemester; ze maakt een groot wortelstelsel en veel blad, heeft bijna geen mest nodig en geen last van ziekten en plagen.

 

Kruisbloemigen

Onder kruisbloemigen vallen veel planten: alle kolen, radijs, rapen, paksoi etc. Je herkend ze omdat ze altijd een bloem hebben met 4 blaadjes, er is een kruisje te zien. Er zijn in deze familie ook soorten die heel gunstig zijn als groenbemester. Vaak omdat ze heel snel opkomen, veel bladmassa maken, de grond goed bedekken en doodvriezen. Verder geuren de meeste en zijn ze goed voor de bijen. Er is ook een bladrammenas ras dat de vermeerdering van bepaalde schadelijke aaltjes tegengaat.

 

Het ras ‘Tillage radish’ is een plant met een lange, dikke vlezige wortel die veel op daikon lijkt en grote gaten in de grond maakt. Hij kan door harde lagen en zo de grond luchtig maken. Maar omdat kruisbloemigen dus veel familieleden heeft in de groenten, kun je ze niet altijd toepassen want kolen zijn gevoelig voor veel soorten ziekten en plagen en door het gebruik van kruisbloemige groenbemesters houdt je de populatie aan schadelijke aaltjes, bacteriën of ziektes in de bodem in stand omdat ze dan nog steeds te eten hebben.

 

Tagetes

Om aaltjes te bestrijden kun je ook Tagetes (Afrikaantjes) gebruiken. Deze bedekken alleen de grond minder goed en leveren veel minder stikstof en organische stof dan Japanse haver.

Ze zijn goed wanneer je last hebt van aaltjes in de wortels, maar je moet Afrikaantjes niet teveel telen omdat de aaltjes resistent kunnen worden voor Afrikaantjes.

 

Phacelia

Phacelia is interessant omdat het een plant is die zich heel snel ontwikkeld, een hele goede bijenplant is en geen familieleden heeft in de groenten en daarom altijd toe te passen is.

 

Vlas

Voor vlas geldt hetzelfde: het is een plant zonder familieleden in de groentewereld en het is een hele goede insectenplant.

 

Malvacea

Dit is een familie planten die mooie bloemen maakt en interessant is omdat hij een sterke penwortel maakt die door harde, verstorende lagen heen breekt en de grond los maakt.

Daarnaast hebben ze mooie bloemen voor de bijen en je kunt ze ook nog eens eten!

 

Zonnebloem

De zonnebloem is vooral interessant voor de insecten die er op af komen. Je moet er rekening mee houden dat ze uit de composietenfamilie komen en daarom niet goed passen vlak na of voor sla, andijvie, aardpeer of witlof.

 

Goudsbloem

Goudsbloem kun je zaaien omdat het een ziektewerende werking heeft; het houdt bepaalde bodemgebonden ziekten en plagen op afstand. En ook deze bloem kun je eten.